Flash Menu Creator

Flash Menu Creator

Flash Menu Creator

Flash Menu Creator

Zuiderzeeambachten is onderdeel van het zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Demonstraties van oude ambachten zoals touwslagerij en nettenbreien demonstreren wij met onze oude ambachten groep op evenementen. Zoekt U ambachtslieden voor uw evenement neem dan contact op met de oude ambachtengroep zuiderzeeambachten.nl. Aanvragen via Ambachten.nl worden uitgevoerd door Zuiderzeeambachten.nl. Ook raden wij U aan eens een kijkje te nemen op deze website en dan met name naar de Historische oude foto's en het unieke filmmateriaal van de vele oude ambachten die in de diverse oude Zuiderzeestadjes, waarvan er velen op zich al een museum zijn, werden uitgevoerd.
menu kop

De touwindustrie is eeuwenlang een belangrijke tak van industrie geweest. Tot zelfs nog in de twintigste eeuw hadden diverse steden en dorpen een groot aantal touwbanen gehad. Nu is er praktisch geen sprake meer van enige activiteit op dit gebied. Uit archiefstukken blijkt dat er al in de zeventiende eeuw sprake was van touwindustrie. In die tijd werd hennep verbouwd in de Krimpenerwaard, de Lopikerwaard, de Alblasserwaard en de Vijfherenlanden. Hennep is de grondstof voor de touwslagerijen. In de omgeving van het gebied waarin men hennep teelde werd deze ook verwerkt. Niet alleen in een stad als Gouda, maar ook op het platteland.

Zolang het Nederland in de zeventiende eeuw op economisch gebied goed ging, ging het ook de lijnbanen goed. Langzamerhand veranderde dat in de achttiende eeuw. Toen na 1750 de scheepsbouw en haringvisserij achteruit gingen, werd de situatie steeds moeilijker.

Ook in de negentiende eeuw vonden veel mensen werk in de touwbanen. Daarnaast werkte men ook in de wolindustrie, de steenfabriek, de landbouw, de veeteelt en de turfgraverij. De werktijden in de touwindustrie waren zeer lang. In de zomer werd van 5 uur 's-morgens tot 8 uur' s-avonds gewerkt. In de winter werd er van 6 uur 's-morgens tot 7 uur 's-avonds gewerkt.

De werktijd werd onderbroken door schafttijden, ‘s morgens van 8.00-8.30 uur en ‘s middags van 12.00 - 13.00 uur en van 17.00 - 17.30 uur). De werkweek telde in de zomer 78 uur en in de winter 66 uur. Dat werd toen niet uitzonderlijk lang genoemd, maar vergelijk deze maar eens met de tegenwoordige werktijden (nog niet zo lang verlaagd naar 36 uur) . Het waren niet alleen de mannen, die lange werktijden maakten (gemiddeld 12 uur per dag) maar ook de kinderen. In sommige bedrijven mochten de vrouwen 2 uur korter werken, waarschijnlijk om ze tijd te geven om eten te bereiden en de was te doen.

Ook na 1874, toen Meester van Houten zijn initiatief "kinderwetje" aangenomen kreeg, zwoegden verschillende kinderen nog langdurig in de touwbanen, ondanks dat hiermee een strafbaar feit werd gepleegd. Verschillende baanders waren gemeenteraadslid en zij zorgden ervoor dat de veldwachter, die altijd in tijdelijke dienst van de gemeente stond, heel wat ‘door de vingers’ moest zien. Deze overtreding van de "kinderwet" vond overigens plaats in geheel Nederland. Zelfs in 1891, toen de Arbeidsinspectie al jaren bestond, lieten de baanders kinderen die nog geen 12 jaar oud waren nog te lang werken, terwijl dat sinds 1874 al niet meer mocht. Ook vrouwen en jongeren tussen de 12 en 16 jaar, die sinds 1889 een beperkte werktijd hadden, moesten veel meer uren werken dan was toegestaan.

Er werd in de touwbanen, langdurig en ook onder ongunstige weersomstandigheden, gezwoegd voor een karig loon (in 1871 varieerde dit voor mannen van fl. 1,20 tot fl. 9,- per week),. Als het begon te regenen, kon de arbeid nog enige tijd voorgezet worden, want het touw moest ook worden gehaspeld, d.w.z. opgebonden. Bleef het dagenlang regenen, dan stond alle arbeid in de touwbanen stil en verdiende men niets.

De arbeiders in de touwbanen werkten vijf dagen per week op de "looppaden", in de open lucht dus, en een dag per week stond iedereen binnen te hekelen. In grotere touwbanen, liepen 4 of 6 spinners in een en dezelfde baan met een afstand van enkele passen achter elkaar. Vrouwen werkten langdurig in de hekelhokken. Dit hekelen was een ongezond werk door de geweldige stofwolken in de meestal kleine ruimten.

De kinderen moesten, meest in zittende houding, eentonig en geestdodend werk doen; zij draaiden het grote wiel. ’s-Morgens vroeg werden zij, nog half slapend naar de baan gedragen. Ze werden meestal pas echt wakker als de spinner ze met rauwe stem toebrulde. Soms gebeurde het zelfs, dat de spinner met een kan koud water uit de nabij gelegen sloot putte en deze watermassa over de hoofden der kinderen stortte. Soms moesten ze met hun blote voeten op koude, natte dweilen zitten om wakker te blijven.

Ook' s-winters moesten zij in de touwslagerij werken en aan het wiel draaien, dat opgesteld stond in een zwart geteerd houten schuurtje, dat uiteraard aan de zijde van de looppaden open was.

Naar volgende pagina

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen